Aurora Molen

In onze wijk staat de molen Aurora aan de naar de molen genoemde Auroraweg. U kunt regelmatig de molen zien draaien, op dinsdag en vrijdag is bijna altijd een molenaar aanwezig. Afhankelijk van de sterkte van de wind draait de molen met meer of minder zeil. De meest voorkomende zeilvoeringen: volle zeilen bij weinig of matige wind en geen zeilen (“blote benen”) bij harde wind. Daar zitten dan nog een aantal zeilstanden tussenin. Als de molenaars er niet zijn staat de molen meestal in de ruststand. Eén van de roedes staat verticaal,de andere horizontaal. Maar bij bijzondere gebeurtenissen wordt de molen op een andere wijze vastgezet:

  • Bij het overlijden van een belangrijk persoon wordt de molen in de rouwstand gezet.
    De onderste wiek staat dan iets voor het laagste punt.
  • Bij vreugdevolle gebeurtenissen staat de molen in de vreugdestand.
    De onderste wiek staat dan even voorbij het laagste punt.

Deze standen komen overeen met de gebruiken in de Achterhoek en delen van het zuiden van het land. In de rest van het land zijn de afspraken anders.
Wat bij ons de vreugdestand is, is daar de rouwstand en omgekeerd.

De molen Aurora heeft een lange geschiedenis. Aurora betekent overigens “dageraad”. De molen heeft vroeger op de Houtkamp bij de veemarkt gestaan. Al in 1459 is op die plaats sprake van een windmolen. In 1621 is de molen door blikseminslag vernield en daarna weer opgebouwd. Later is de molen in november 1800 door een hevige storm omgeblazen en weer opnieuw opgebouwd. De Holtkampse molen stond op de splitsing van Houtkampstraat en de Dr. Hubernoodstraat. Het vroegere molenaarshuis was tot de afbraak in 2011 café Ketz. De molen heeft tot 1871 gedraaid.
Men dacht altijd dat de molen daarna is verplaatst naar Dichteren omdat de steeds hoger opgroeiende bomen te veel windbelemmering gaven.
We weten inmiddels dat er een andere reden was: Dichteren had behoefte aan een eigen molen.
Maaldwang (men is verplicht het graan te laten malen door de molen  waaronder men ressorteert) en windrecht (de molenaar dient aan de eigenaar van de grond het recht op wind  te betalen) zijn dan inmiddels afgeschaft maar de boerenbedrijven rondom Dichteren willen niet afhankelijk blijven van molens elders omdat ze geen eigen molen hebben.
Met een groot aantal onderdelen van de toenmalige standaardmolen werd een ronde stenen grondzeiler gebouwd. In de molen zijn daarvan nog verscheidene balken van zijn voorganger te herkennen.
Het grote spoorwiel is afkomstig uit de molen van Doesburg. Johan Harbers verplaatste samen met zijn vader Teunis en broer Antoon tussen 1869-1870 de onderdelen van de molen naar Dichteren.
Een molen op eigen gebied gaf uiteindelijk de vrijheid tot malen in eigen beheer.

De molen in Dichteren is een grondzeiler, wat betekent dat de molen wordt bediend vanaf de begane grond. Aan de buiten kant van de molen hangt een lang vangtouw waarmee de molen in gang wordt gezet of stilgezet. De molenaar haalt dit touw aan het eind van hun dienst zo ver naar boven zodat er niemand bij kan komen. Zo wordt voorkomen dat de molen per ongeluk in werking wordt gezet. De molen is tot aan het begin van de tweede wereldoorlog in bedrijf geweest als korenmolen waarmee de molenaar zijn brood mee moest verdienen. De laatste molenaar was de heer Harbers. Na de oorlog was het molenaarsvak niet echt meer lonend waardoor de molen stil kwam te staan en dus ook de staat van onderhoud danig achteruit ging.

De molen is in 1953 voorzien van Ten Have stroomlijnneuzen met grote remklep welke hier afweek door het ontbreken van de achterste zoomlat en met een vlakke kant aan de windzijde. Opvallend ook, ten tijde van dit kleppensysteem, is de kleur stelling van de molen. De muur is rood geverfd, zoals nu nog aan sporen zichtbaar is. De kleurstelling wordt gecompleteerd met rode en gele zeilen, de grote remkleppen zijn rood geverfd om ze zo veel mogelijk op de zeilen te doen lijken. Rond de jaren 60 van de vorige eeuw, inmiddels zijn dan in Nederland al vele molens gesloopt, ontstaat een groter maatschappelijk draagvlak voor handhaving van de overgebleven molens. Zodoende is landelijk één op de tien molens van de slopershamer gespaard gebleven en zo zijn in Doetinchem drie van de oorspronkelijk acht ooit aanwezige molens overgebleven.

In 1978 wordt bij de Aurora een grote restauratie uitgevoerd, deze maakt een einde aan het verval van de op dat moment opnieuw stilstaande molen. Opmerkelijk daarbij is de assenruil welke toen heeft plaatsgevonden. De huidige bovenas is afkomstig van de Sara Catharina molen te Kerkdriel. Deze grote molen had naar verhouding een te lichte bovenas en de Aurora juist een iets te zwaar exemplaar. Bovendien is de wens in Kerkdriel om aldaar remkleppen aan te brengen hetgeen bij de Aurora niet meer is gedaan. Dat is best wel jammer vanwege de aparte zwichtkleppen. Het gevlucht van de huidige Aurora is sindsdien volgens het originele Oud Hollandse systeem opgehekt. De gehele kleurstelling is ook veranderd. Op 16 september 1978 wordt de molen feestelijk weer in gebruik genomen. Na eigendomoverdracht van de Aurora aan de gemeente is met steun van het rijk gerestaureerd en weer in gebruik genomen door de zoon van de laatste eigenaar, dhr Harbers. In de 90 er jaren is de molen bemand door vrijwilligers van de Stichting Doetinchemse molen. Vanaf 1998 tot zijn overlijden in 2014 is Wim Freriks de vaste molenaar geweest van de Aurora

Momenteel zijn Gerard Roelofsen en Harry Wisselink de molenaars op de Aurora. Zij nodigen u van harte uit om een kijkje te nemen in de molen. De Aurora is wat men noemt een maalvaardige molen. Met extra schoonmaakwerkzaam heden en onderhoud zou men zo weer graan kunnen malen. Dat dit niet gebeurt heeft diverse redenen. De warendienst stelt tegenwoordig zeer hoge eisen qua hygiëne. Ook is het niet eenvoudig om aan doorlopende aanvoer van graan te geraken nu bijna overal op de akkers maïs wordt verbouwd. Een ander punt bij malen betreft de toegankelijkheid van geïnteresseerd publiek. De regelgeving is nu dermate strak dat er bij malen ivm de hygiëne handhaving niemand meer toegang binnen de molen mag worden verschaft. Omwille van juist deze mogelijkheid tot informatieverstrekking is er voor gekozen om de molen toegankelijk te laten.
De molen is op dinsdag en vrijdag van 9.00 – 15.00 uur open voor eenieder die eens een kijkje wil nemen.

Verder is nog als bijzonderheid aan de Aurora te melden dat de molen, behalve een maalkoppel, ook een originele buil en een mengketel bezit. Een maalkoppel is een paar stenen waartussen het graan wordt fijngemalen tot meel. Dit meel bevat dan nog zemelen en ander restmiddelen van de graankorrel. In een buil worden deze restproducten eruit gezeefd waarna als eindproduct de bloem overblijft, waarmee de bakker ons brood kan bakken. Eigenaren: A. Harbers en C. Helmes-(wed. A. Harbers) 1870 tot 1906 , W. Harbers (1906-1944), A. H. Harbers (1944-1978), gemeente Doetinchem (1978 tot heden)

Kleine anekdote: vorig jaar, op een prachtige dag, komen drie dames uit Dichteren in de leeftijd van 25 – 30 jaar, de molen bezoeken. Zijn naar de stad geweest en zijn in uitgelaten stemming. Het is daar gezellig geweest en hebben duidelijk zichtbaar een doos gebak in de fietstas.

De molen wordt met belangstelling bekeken en ze kijken hun ogen uit naar alles wat daar zo draait en beweegt. Ze zijn overtuigt geraakt dat er wel wat komt kijken voordat zo’n wiekenstel aan het draaien te krijgen is en vooral deze ook aan het draaien te houden. Bij de toegangsdeur van de molen hangt een zelfvervaardigde bus alwaar de bezoeker geheel vrijblijvend een donatie kan doen welke bestemd is voor het lopende onderhoud van de molen. De dames willen na een breedvoerige uitleg graag iets in deze bus deponeren maar dan blijkt dat de portemonnee leeg is. De molenaar doet hen het voorstel dat ze ook best in natura mogen betalen.

Even worden er blikken onderling uitgewisseld maar vervolgens gaat de molenaar met de drie dames aan de koffie. Als ze een half uur later naar huis fietsen is de gebaksdoos leeg……..!